Zaterdag 6 juli 2024

Na een moeilijke nacht vond Sophie een briefje in de ontbijtmand. Jules schreef dat hij haar rond elf uur ophaalde en dat hij voor alles zou zorgen. Sophie moest enkel op het appel zijn. Terwijl Sophie het briefje las, kon ze het niet laten om Jules’ handschrift te vergelijken met dat van Floris, dat veel sierlijker was. Jules' letters daarentegen waren zonder onnodige toeters en bellen. 


Precies om elf uur kwam de bestelbus aanrijden. Sophie voelde zich een beetje ongemakkelijk toen ze instapte en gaf schoorvoetend toe dat ze het vreemd vond dat Jules geen personenwagen had. 


“Het is niet bepaald een chique taxi”, gaf hij toe. “Vroeger leende ik de wagen van mijn moeder wel eens, maar die is al een tijdje aan herstelling toe. Moeder rijdt sowieso niet graag, dus is het maar de vraag of het de moeite is om er nog in te investeren.”


Sophie knikte. “Het is wel ok. Zolang ik niet hoef te wandelen, zou ik overal instappen.”


“Heb je zoveel last van je voet?”


“Het is goed dat er pijnstillers en ijszakken bestaan”, zuchtte Sophie. “Ik heb vannacht niet erg goed geslapen, dus ik ben best moe. Maar genoeg gezeurd. Vertel eens, waar rijden we naartoe?”


“Een grasveldje aan de oever van de Dordogne. Een plek die de locals geheimhouden voor de meeste toeristen.” Jules knipoogde samenzweerderig naar Sophie. “Je ziet het amper van de straatkant, omdat er bomen aan de rand van het veldje staan. Die zorgen meteen ook voor schaduw. We zijn er bijna.”



Jules had niet gelogen. Sophie was meteen betoverd door de picknickplek. Het water van de Dordogne glinsterde in de zon en de enige geluiden die ze hoorde kwamen van de rivier en de zingende vogels. 


Sophie negeerde de toegestoken hand van Jules en hinkte naar de rand van het water. “Dit lijkt me wel een leuke plek om te zitten”, stelde ze voor. Jules knikte, spreidde een deken uit en zette er de picknickmand op. 


“Het werk van de traiteur”, biechtte hij op. “Op culinair vlak heb ik noch kwaliteiten noch ambities. Eens kijken wat we allemaal hebben gekregen.”


Sophie lachte. “Je hebt de traiteur carte blanche gegeven?”


“Ieder zijn specialiteit. Hij was me nog wat verschuldigd voor een noodherstelling. Kom, pak uit.”


De mand bleek gevuld met allerlei heerlijkheden: verse baguettes, smeuïge patés, gemarineerde olijven, een verscheidenheid aan charcuterie en verschillende soorten kaas, waarvan Sophie zich afvroeg of ze door de kaasboerderij van Olivier waren gemaakt. De gedachte verwarde haar even. 


“Tast toe”, moedigde Jules aan. Hij had Sophies aarzeling gelukkig niet opgemerkt. Ze stak een olijf in haar mond en humde goedkeurend. 


Terwijl ze genoten van een heerlijke lunch, vertelden ze elkaar meer over hun levens. Sophie sprak over haar tweetalige opvoeding; hoe haar vader Frans sprak en haar moeder Nederlands. Sophie had nooit anders geweten en had zich er als kleuter over verwonderd dat in andere gezinnen maar één taal werd gesproken.”


“Ik vroeg me al af waar je Frans had leren spreken. Ik wil je daar al de hele tijd een complimentje over geven”, bekende Jules. 


“Dat is dus niet nodig. Voor mij is het heel gewoon.” Toch voelde Sophie dat ze een beetje bloosde. Opgelaten streek ze een haarlok achter haar oor. “Voor mijn zussen trouwens ook. Maar zij hebben hun kinderen uitsluitend in het Nederlands opgevoed.” 


“Hoeveel zussen heb je?”


“Twee. Ik ben de oudste.” Sophie hoopte dat hij niet op het onderwerp kinderen zou ingaan en dat deed hij gelukkig ook niet. 


"En jij?" vroeg ze nieuwsgierig. "Vertel eens over jouw familie. Deze moet je trouwens proeven.”

Zonder erbij na te denken stak ze een stukje kaas in Jules’ richting, die er spontaan in beet. 


“Inderdaad lekker”, bevestigde hij met volle mond. “Wel, ik ben de jongste van drie. Mijn vader was ook loodgieter. Hij stierf toen ik jong was en ik heb weinig herinneringen aan hem. Hij was altijd aan het werk. Volgens moeder heeft hij zich doodgewerkt. Ze heeft schrik dat mij hetzelfde zal overkomen, maar ik probeer het rustiger aan te doen.” Jules nam nog een stukje van de kaas en verzonk even in gedachten. “Mijn oudste broer, Pascal, overleed een paar jaar geleden aan kanker. Dat was een zware tijd voor ons allemaal. Zijn vrouw is ondertussen hertrouwd en het gezin is verhuisd naar Toulouse. Mijn zus Nathalie woont dan weer met haar familie in Amerika. We zien elkaar niet vaak, maar houden wel contact. Gelukkig kunnen we videobellen.”


“En jij woont bij je moeder.” Het was deels een vraag, deels een vaststelling. 


“Vooral uit praktische overwegingen. Maar het is niet altijd ideaal. Het is weinig romantisch om een date uit te nodigen wanneer je moeder in de kamer ernaast zit”, grijnsde Jules. 


Sophie lachte. "Dat kan ik me voorstellen." Ze kon net op de opmerking inslikken dat de gîte op een apart stuk van het erf stond. Jules dacht immers dat ze nog met Floris samen was.


Vrijdag 5 juli 2024